Gebouwd erfgoed

20 dec 2012

Verschillende natuurlijke componenten

Het Ardeens plateau, dat verder reikt dan onze grenzen, zowel naar Duitsland als naar Frankrijk, vormt het leistenen-zandsteenachtige massief. Op ons grondgebied worden leisteen en zandsteen geassocieerd met veel van onze muren die daaruit bestaan, en leisteen en zandsteen vormen verschillende “leistenen zandsteen” in wisselende verhoudingen.

De zandsteen is een harde steen, die grote brute en solide steenblokken vormt. Dit is een agglomeraat van zandkorrels, samengesmolten door het cumulatieve effect van de tijd, door compressies en hoge temperaturen uit het centrum van de aarde zo’n 350 miljoen jaar geleden. Bij het aanraken kunt u deze zandkorrels raden die nauw aaneen zijn gehecht, met als resultaat deze bijzonder resistente steen.

In tegenstelling tot zandsteen, is leisteen een steen die gemakkelijk barst. Het woord “leisteen” komt van het Griekse “skhizein” wat “splijten” betekent. Het ziet eruit als een opeenvolging van dunne, naast elkaar geplaatste lagen, als bladerdeeg. Van oorsprong gevormd uit klei, deze kneedbare aarde die u ongetwijfeld kent van het aardewerk dat u ermee hebt gemaakt. Door de intense druk van bodems en hevige verwarming tijdens de geologische plooien, is de klei gestold in opeenvolgende lagen to ze leisteen heeft gevormd.

Een verhaal

In de traditie van de steengroeven, die in vroegere tijden heel lokaal de verschillende gemeenten van steenblokken voorzagen, zijn de oude gebouwen grijs of blauwachtig (overwicht van leisteen), bruiner (overwicht van zandsteen), rood (aanwezigheid van ijzer-oxide), roze of lichtgroen (aanwezigheid van arkose).

De ruwe leisteen wordt voor zijn esthetische kwaliteiten vaak aangetroffen in vele architectonische elementen. In sommige gebieden is hij fundamenteel verbonden met het leven van de Ardennen. Hij schildert het landschap grijs-blauw, bedekt zijn daken met dikke en beschermende tegels, richt zijn dikke muren op die nauwkeurig worden beschermd met een witte en heldere ruwe bepleistering. Hij bezaait de begraafplaatsen en de landwegen met zware kruisen overladen met herinneringen…

Dit lokale kleurenpalet prent de identiteit van onze bodem in de ogen van de wandelaar.

Traditionele architectonische elementen

De traditionele boerderijen plaatsen over het algemeen hoofdgebouw en boerderijgebouwen naast elkaar.
Het huis, met in de puntgevel veel openingen naar het zuiden gericht, stond naast de schuur grenzend aan de noordkant. De nabijheid van de beesten bracht wat warmte aan de woning tijdens koude winters. Daarna volgde het landhuis, herkenbaar aan zijn hoge en brede deur waarlangs de hooikar binnen kon en, mogelijk, een schaapstal met een zeer lage deur als onderdak voor de schapen. De reserves van voedergewassen werden opgeborgen op de verdieping. Deze stenen boerderijen werden vaak ruw bepleisterd en gewit.

De traditionele woning bestaan over het algemeen slechts uit een zeer eenvoudig rechthoekig volume met een lage verdieping en een of twee (afhankelijk van de financiële middelen) bovenste verdiepingen, die vaak bijzonder laag zijn. Aanliggend of gescheiden wordt vaak de aanwezigheid opgemerkt van een “ovenbakhuis” waar het brood werd gebakken.

De zwakke helling van het leien dak is minder dan 35° en op de uiteinden worden vaak “croupes faîtières” opgemerkt, kleine driehoekige dakpanelen op de kruin van de puntgevel.